Logo Veiligheidsregio Utrecht - mobiel

Grootschalige, specialistische inzet maakt opmars

Een trein die ontspoort, een vliegtuig dat neerstort…het zijn ongelukken die zelden voorkomen maar veel impact hebben. Ze vragen om een specialistisch brandweeroptreden op landelijk niveau. Ook de VRU levert daar een bijdrage aan.

In mei 2017 gaat het goed mis bij de sloop van het oude stadhuis in Woerden wanneer een vloer instort en een slachtoffer onder het puin ligt. Hulpdiensten rukken massaal uit en ook het team Specialisme Technische Hulpverlening komt in actie. Reddingswerker Richard Copier, brandweervrijwilliger bij de VRU, is erbij. “De situatie vroeg om bouwtechnische kennis waar de brandweer ter plekke niet over beschikte. In zo’n geval betekent een specialisme een waardevolle aanvulling.”

Precies weten wat er nodig is en vervolgens de krachten bundelen. Dat is in één zin de gedachte achter het programma voor grootschalig en specialistisch brandweeroptreden (GBO-SO). “Je moet die twee in samenhang zien,” zegt Jan Jacobs van het programmateam GBO-SO. “We zijn bij de brandweer goed in het oplossen van problemen, in improviseren. Maar wanneer je van tevoren weet wat je als regio niet in je eentje kan en om die reden op landelijk niveau de samenwerking zoekt, vergroot je je slagkracht.”

Vier projecten
De ontwikkeling van landelijke specialismen is sinds 2016 in volle gang en loopt in beginsel tot 2020. Inmiddels zijn er vier projecten: Technische Hulpverlening, Natuurbrandbeheersing, Logistiek en Ondersteuning en Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen. Van het laatste specialisme is Jan Jacobs ook projectsecretaris. “We werken in totaal aan zo’n veertig deelprojecten. Bij Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen zijn dat er zes, bijvoorbeeld het overleg met grote chemische bedrijven die meer specifieke kennis en materialen in huis hebben dan wij. Daar wil je natuurlijk graag mee samenwerken.”

5Z2P2265 800

Verbondenheid
De medewerkers van de (deel)projecten, tussen de twee- en driehonderd, komen voor het overgrote deel van de brandweer zelf. “Samen geven ze vorm aan de nieuwe werkwijze. De landelijke specialisten nemen niks over, maar werken ondersteunend. Het gevoel van verbondenheid vinden we heel belangrijk, dus daar wordt bij alle ontwikkelingen zorgvuldig naar gekeken.”

Hij verwacht dat het lukt om alle specialismen over twee jaar op volle kracht te laten werken. “Het is mooi om nu al de eerste resultaten te zien. Het specialisme Natuurbrandbestrijding is deze zomer bijvoorbeeld al een paar keer ingezet.”

Steunpunten
Het team van Richard Copier, dat verdeeld over het land vijf steunpunten heeft, werd als eerste opgezet. Hij kreeg scholing van ervaringsdeskundigen uit de bouw- en sloopwereld en leden van het bijstandsteam USAR.nl. Met zijn teamgenoten oefent hij bij collega’s in Duitsland waar incidenten worden nagebootst. “En ons steunpunt wordt steeds bijgepraat over de ervaringen van de anderen binnen ons specialisme, dat zijn voor mij ook leermomenten.”

Hij is enthousiast over de grootschalige, specialistische aanpak. “Mensen met de benodigde kennis en ervaring waren nu eenmaal niet altijd beschikbaar op de benodigde momenten. En ikzelf vind het boeiend om deel uit te mogen maken van de nieuwe ontwikkelingen.”