In het vandaag openbaar gemaakte rapport ‘Een stad in stilte’ van COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement komt het beeld naar voren dat de Utrechtse crisisorganisatie in de complexe situatie van de aanslag op 18 maart 2019 actief heeft gehandeld en op dat moment begrijpelijke keuzes heeft gemaakt. Bijvoorbeeld de keuze om uit te gaan van het scenario ‘aanslag met mogelijk terroristisch motief’. Uit het rapport spreekt waardering voor de mensen van de hulpdiensten en de crisisorganisatie, die onder uitzonderlijke omstandigheden hebben gewerkt in het belang van slachtoffers en de samenleving.

 

Leerevaluatie

Op 18 maart 2019 werd Utrecht opgeschrikt door een aanslag op willekeurige personen in de tram op het 24 Oktoberplein. Vrijwel direct na het incident heeft de burgemeester, in afstemming met de hoofdofficier van Justitie en de politieleiding van de stad Utrecht, aangegeven te willen leren van het incident. Daarom is er een leerevaluatie gemaakt van het optreden van de crisisorganisatie in Utrecht. Vandaag is deze evaluatie openbaar gemaakt.

 

Uitzonderlijke omstandigheden

De aanslag op 18 maart kende diverse omstandigheden die niet eerder in Nederland zijn voorgekomen: de snelle duiding dat een terroristisch motief niet uitgesloten kon worden, de afkondiging van het hoogste dreigingsniveau 5 en het advies aan de bevolking van de hele stad Utrecht om binnen te blijven. Het COT heeft, binnen het kader van deze uitzonderlijke omstandigheden, een aantal lessen getrokken. Deze zijn waardevol voor alle crisisorganisaties in Nederland. De crisisorganisatie in Utrecht neemt de lessen van de evaluaties mee in de verdere voorbereidingen op crisissituaties en in het toekomstige optreden. De belangrijkste zijn:

 

Advies om binnen te blijven

Het advies om binnen te blijven is, gezien de informatie die op dat moment beschikbaar was, terecht. Het COT geeft als leerpunt mee om bij een dergelijk advies meer uitleg te geven over de reikwijdte van het advies, hoe lang het advies geldt en wat de noodzaak is. Het is belangrijk om helder te communiceren over wat bepaalde maatregelen inhouden. De crisisorganisatie gaat daarom in trainingen meer aandacht besteden aan het explicieter maken van de impact, de randvoorwaarden en het handelingsperspectief bij ingrijpende besluiten.

 

Opschaling naar het hoogste dreigingsniveau

Het COT constateert dat het verhogen van het dreigingsniveau door de NCTV naar niveau 5 en het advies van de burgemeester om binnen te blijven in de beeldvorming aan elkaar werden gekoppeld. Dit terwijl aan het verhogen van het dreigingsniveau geen maatregelen zijn gekoppeld. De NCTV gaat daarom - in samenwerking met de gemeente Utrecht en andere gemeentelijke en regionale crisispartners – de betekenis, rolverdeling en communicatie van het afkondigen van dreigingsniveau 5 verhelderen. De gemeente gaat na welke voorbereidingen zij kan treffen wanneer er sprake is van acute dreiging in de stad.

 

Betrekken van maatschappelijke organisaties

Het COT wijst erop dat contact zoeken met maatschappelijke partners, zoals vervoersbedrijven, scholen, zorginstanties en welzijnsinstellingen, bijdraagt aan het beheersen van de impact van een incident. Dat geldt tijdens een crisis en in de voorbereiding op crises. Door de rollen en verantwoordelijkheden vooraf met elkaar te bespreken, zijn organisaties beter in staat zich op een crisis voor te bereiden. Dit is voor de crisisorganisatie in Utrecht aanleiding om het contact met maatschappelijke organisaties verder uit te bouwen en afspraken te maken over hoe hun inbreng tijdens een incident beter kan worden georganiseerd.

 

Gezamenlijk beeld van de situatie

Een terugkerende uitdaging in crisissituaties is om gezamenlijk een eenduidig beeld van de situatie te krijgen. Het COT stelt dat het ook tijdens het schietincident lastig bleek om informatie op een juiste en snelle manier met elkaar te delen. Om dit te verbeteren onderzoekt de politie op landelijk niveau hoe een doorlopend actueel veiligheidsbeeld gemaakt kan worden. Op basis van de evaluatie verbeteren gemeente, politie en OM de informatievoorziening binnen de justitiële keten. Aanvullend daarop gaan gemeente, politie en de Veiligheidsregio de onderlinge informatievoorziening versterken.

 

Evaluatie NCTV en Nationale Politie

Op landelijk niveau heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzocht hoe de inzet van nationale partners tijdens deze crisis is verlopen. De korpsleiding van de Nationale Politie heeft opdracht gegeven het optreden van de Nationale Politie te evalueren. Deze evaluaties zijn vandaag door de minister van Justitie en Veiligheid naar de Tweede Kamer gestuurd, samen met een Kamerbrief, waarin staat hoe wordt omgegaan met de belangrijkste lessen.

 

Herinneringsplek

De gebeurtenissen op 18 maart en het leed dat daarbij zoveel mensen is aangedaan, maakte op de Utrechters diepe indruk. Bewoners van de stad –en ook andere betrokkenen– spraken snel na 18 maart de wens uit dat er een plek zou komen waar blijvend en op passende wijze medeleven kan worden betuigd en de slachtoffers herdacht kunnen worden.

Op het 24 oktoberplein komt een herinneringsplek waar stil kan worden gestaan bij wat er op 18 maart is gebeurd. Een plek waar ruimte is voor verdriet en verbondenheid. Het ontwerp van deze plek verbeeldt de golf van ongeloof en verdriet die door de stad Utrecht ging na de tramaanslag. Begin volgend jaar wordt gestart met de inrichting van de herinneringsplek, die op 18 maart gereed moet zijn.

 

Gezondheidsonderzoek

Het deelonderzoek naar de nazorg aan hulpverleners en professionals is gereed. Hier in staat de aanbeveling om aandacht te besteden aan de collectieve en individuele organisatie van nazorg aan betrokken professionals. De gemeente Utrecht heeft inmiddels de nazorg aan medewerkers verder geprofessionaliseerd. Het volledige gezondheidsonderzoek is medio 2020 afgerond.

 

Meer informatie

Voor het volledige rapport van het COT, de leerpunten, de raadsbrief, het NCTV rapport en het deelonderzoek GGD regio Utrecht, zie www.utrecht.nl/18maart

Foto: Afzetting op het 24 Oktoberplein op 18 maart. Hansmuller, CC BY-SA 4.0.