Sinds het uitbreken van de corona-epidemie begin dit jaar hebben de burgers in de regio Utrecht maar liefst 20 noodverordeningen zien langskomen, steeds aangepast naar de situatie van dat moment, om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Nu is er de Tijdelijke Wet Maatregelen Covid-19. Wat betekent dat eigenlijk? Hoe komt het beleid nu tot stand en wie zijn daarvoor verantwoordelijk?

De Tijdelijke wet maatregelen Covid-19

Op 1 december 2020 trad de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 in werking. Eigenlijk is deze wet niet meer dan een tijdelijk extra hoofdstuk in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Dit hoofdstuk gaat uitsluitend over de bestrijding van deze coronapandemie en geldt slechts drie maanden, dus tot 1 maart 2021. Ze kan eerder worden opgeheven, of vanaf 1 maart na overleg met de Tweede Kamer telkens met drie maanden worden verlengd. Dat hangt af van de ontwikkelingen rond het coronavirus.

Wat er is veranderd

Voordat de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 er was, moest de voorzitter van de veiligheidsregio maatregelen nemen om de crisis te bestrijden. Dat deed hij in opdracht van de minister van VWS. De voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht is de burgemeester van de gemeente Utrecht. De noodverordening die hij uitvaardigde, was de regionale vastlegging van landelijk beleid, zo nodig aangevuld met regionale of lokale maatregelen op specifieke terreinen. Zoals vroegere sluitingstijden voor winkels of horeca of het afsluiten van een (natuur)gebied.

Nu deze nieuwe wet er is, kan de voorzitter van de veiligheidsregio niet meer uit zichzelf maatregelen nemen om de epidemie te bestrijden. Wat hetzelfde is gebleven, is dat de minister van VWS de leiding heeft over de bestrijding van de epidemie, terwijl de voorzitter de uitvoering van de maatregelen in zijn of haar eigen regio coördineert. Wat is veranderd, is dat de bevoegdheden van verschillende instanties nu anders zijn geregeld dan bij de ‘reguliere’ bestrijding van een epidemie. De belangrijkste veranderingen zijn:

  1. De bevoegdheid om aan burgers bindende regels op te leggen om verspreiding van het coronavirus te voorkomen, is verschoven van de voorzitter van de veiligheidsregio naar het rijk.
  2. De burgemeesters hebben nu in plaats van de voorzitter de bevoegdheid om ontheffingen te verlenen van bepaalde maatregelen. Ze kunnen ook bepaalde aanwijzingen geven.
  3. De bevoegdheid om de maatregelen te handhaven, is verschoven van de voorzitter naar de burgemeesters.

Mogelijk toekomstige afwijkingen

In bijzondere omstandigheden kan een burgemeester vanaf nu ontheffingen verlenen van bepaalde regels. Maar vooralsnog zijn ontheffingen niet te verwachten, gezien de zeer ernstige situatie.

Op andere terreinen - waar de ministeriële regeling niets regelt - kunnen gemeentebesturen zelf maatregelen treffen. Die mogen dan natuurlijk niet in strijd zijn met de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. Ze zijn dus alleen aanvullingen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan praktische maatregelen in de openbare ruimte of in het verkeer om mensen te verplichten én te helpen om de onderlinge afstand van anderhalve meter in acht te nemen.

Aanvullende regelingen onder de wet

De Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 is de wettelijke basis voor het coronabeleid. Om de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 in de praktijk te kunnen brengen, treffen de verantwoordelijke ministers zogenoemde Algemene maatregelen van bestuur of ministeriële regelingen. Dit zijn ze in een notendop:

Tijdelijke regeling maatregelen Covid-19

Dit is de ministeriële regeling die de noodverordeningen van alle 25 veiligheidsregio’s inhoudelijk in één klap vervangt. De wet bevat dus een groot aantal bepalingen die je eerder in de noodverordening tegenkwam.

De regeling gaat bijvoorbeeld over afstand houden, hygiëne, groepsvorming, publieke plaatsen, contactberoepen, sport en evenementen. Ze behandelt ook een hoop maatregelen in detail, zoals de plicht om alleen museumbezoekers toe te laten op reservering, geen alcohol te verkopen na 20.00 uur ’s avonds en kleedkamers in sportgelegenheden te sluiten.

In deze regeling is ook de apart vastgestelde ‘Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen Covid-19’ opgenomen. hierdoor gelden extra verplichtingen voor het dragen van mondkapjes. In onder meer winkels, musea en theaters moet je altijd een mondkapje dragen. Ook in het onderwijs, met uitzondering van basisscholen, moet je op alle plaatsen buiten het klaslokaal een mondkapje op.

Er zijn uitzonderingen op de mondkapjesverplichting, bijvoorbeeld als het door een beperking, een ziekte of als het voor de veiligheid niet mogelijk is om een mondkapje te dragen. Bij sporten of podiumkunsten hoeft het mondkapje niet op als de activiteit erdoor wordt belemmerd.

Dit is een omvangrijke regeling. Maar ze vervangt dan ook de gehele noodverordeningen van alle veiligheidsregio’s en zorgt ervoor dat al deze regels in heel Nederland hetzelfde zijn.

Tijdelijk besluit veilige afstand

Dit is een algemene maatregel van bestuur die bepaalt dat in Nederland met ‘veilige afstand’ een afstand van anderhalve meter tussen personen wordt bedoeld. Als je deze onderlinge afstand bewaart, is de kans relatief klein dat je elkaar door ademen, praten, hoesten en niezen met het coronavirus besmet. Het kabinet volgt daarmee het standpunt van het RIVM. De afstand geldt voor iedereen die zich buiten de eigen woning bevindt en omgaat met mensen buiten het eigen huishouden.

Het effect van deze maatregel zie je overal terug: georganiseerde wachtrijen bij winkels, plaatsen in het openbaar vervoer, looproutes door openbare gebouwen. Allemaal zijn ze ingericht om het mensen te verplichten én het ze mogelijk te maken anderhalve meter afstand van elkaar te houden.

rijksoverheid beeldbank dagelijks leven thuis 8 002

Beeld: Herman Zonderland