maandag, 05 december 2011 00:00
De operationele leiding van het Regionaal Operationeel Team ‘ontkleurt’. Oorspronkelijk was de functie van operationeel leider (OL) gekoppeld aan die van de Regionaal Commandant van Dienst in de brandweerkolom. Voor de werving van operationeel leiders wordt vanaf nu uitsluitend gekeken naar de competenties waarover functionarissen moeten beschikken voor deze regierol in het operationeel crisismanagement. Competenties die ook in de ‘blauwe’ en ‘witte kolom’ ruim voldoende aanwezig zijn. In september werden twee nieuwe operationeel leiders aangesteld: Jeroen Lemereis, afkomstig van de politie en Angela van der Putten van de GGD/GHOR.
Het piket voor operationele leiding in het ROT bestaat uit vijf personen. Door verloop ontstonden recent twee vacatures, die niet automatisch door vers bloed uit de rode kolom werden opgevuld, maar waarvoor een wervings en selectieronde in alle operationele kolommen binnen de regio is uitgevoerd.
Competentieprofiel
“Voor de selectie hebben we gebruik gemaakt van een landelijk competentieprofiel dat is opgesteld door het NIFV", licht Bart van Rosmalen, afdelingshoofd Paraatheid & Meldkamer toe. “Operationele leiding over een multidisciplinair team vraagt leiderschapscompetenties die niet exclusief bij brandweerfunctionarissen aanwezig zijn. De operationeel leider staat als procesmanager boven de kolommen die de inhoudelijke deskundigheid van brandweer, politie, GHOR en gemeenten aan tafel brengen. Het is logisch dat we ook gebruik maken van de capaciteiten van operationeel leidinggevenden in het politieveld en de geneeskundige kolom. Ad Sanders van de politie Utrecht heeft het pad hiervoor helpen vereffenen door twee jaar terug als OL te gaan fungeren, toen nog wel met enige brandweergerelateerde taken erbij. Hierdoor is er meer evenwicht in de multidisciplinaire leiding gekomen. De verbreding in de operationeel leiding is goed bevallen, vandaar de bredere werving bij de laatste vacatures. Bij een volgende wervings- en selectieronde willen we ook in de gemeentelijke kolom zoeken naar geschikte functionarissen.”
Politie-ervaring
Jeroen Lemereis heeft al een lange ervaring met operationele leidinggevende functies bij de politie. Sinds 1983 was hij vijftien jaar districtschef in verschillende districten, tien jaar leidinggevende bij de Mobiele Eenheid en vervulde hij zeven jaar de rol van Algemeen Commandant in een van de vijf gezamenlijke staven Grootschalig en Bijzonder Optreden in het regiocluster Utrecht-Flevoland-Gooi- en Vechtstreek. Momenteel geeft hij als hoofd projectbureau voor de drie regio’s mede invulling aan de implementatie van de Nationale Politie.
Lemereis: “Mijn opgebouwde mono-ervaring in het politiedomein kan ik nu benutten in mijn nieuwe rol als Operationeel Leider. Het multidisciplinaire aspect is een nieuwe uitdaging voor me, althans als procesmatig regisseur. Vanuit mijn SGBO-functie heb ik al bij verschillende grootschalige incidentsituaties deelgenomen aan een ROT-overleg, namens de sectie Politie. Naar mijn gevoel ligt mijn nieuwe rol qua competenties goed in het verlengde van mijn werk bij de politie. Ook mijn ervaring als districtscommandant zal zeker van pas komen. In die functie had ik immers veelvuldig overleg met burgemeesters. Die bestuurlijke ervaring zie ik als een pré als ik straks als Operationeel Leider een briefing aan het beleidsteam moet verzorgen.”
Vanuit zijn politierol in het ROT kende Jeroen Lemereis de meeste andere ROT-leden al. Een intern introductieprogramma heeft hem verder voorbereid op zijn nieuwe rol. Maar de praktijk is de beste leerschool en in dat opzicht heeft hij al een intensieve les achter de rug. “Tijdens de brand in de Geinsche Hof in juni had ik de rol van toegevoegd operationeel leider, ter ondersteuning van de dienstdoende operationeel leider. Het was een mooie casus om ervaring op te doen, want het was een incident met grote impact op de processen van alle kolommen. Complicatie was dat in Nieuwegein net een nieuwe burgemeester was benoemd en dat we net waren begonnen met de systematiek van netcentrisch werken. Ik heb op die dag heel veel geleerd over multidisciplinaire regie bij een grote calamiteit.”
Netwerkmanager
Angela van der Putten werkt sinds acht jaar bij de GGD Utrecht. Haar huidige functie is hoofd gezondheidsbescherming. In die functie heeft zij de afgelopen jaren ook het een en andere voor haar kiezen gekregen op het raakvlak tussen veiligheid en gezondheidszorg. Zoals de legionella-uitbraak in de Utrechtse rivierenwijk en de activiteiten rond de grieppandemie. Daarnaast heeft zij als hoofd van de sectie GHOR in het ROT ook al enkele grotere incidenten in multidisciplinair verband beleefd: een ongeval met een bus met scholieren op de rijksweg A12 en de brand in de Rabobanktoren in 2010.
Angela van der Putten: “Als nieuw instromend operationeel leider wil je natuurlijk het liefst zo snel mogelijk aan de bak tijdens een daadwerkelijke opschaling, om snel ervaring op te doen, maar tot dat moment aanbreekt, zal ik het vooral moeten hebben van oefenen en van de kennis van ervaren collega’s. Ik zie mijn rol in het multidisciplinaire speelveld bij een ROT-opschaling met vertrouwen tegemoet. Als Operationeel Leider ben je vooral een netwerkmanager.
De witte kolom, waar mijn ervaring ligt, is ook een multidisciplinair netwerk op zichzelf. Buitenstaanders spreken gemakkelijk over ‘de geneeskundige kolom’, maar achter dat paraplubegrip gaat een heel breed spectrum van diensten en instellingen schuil, elk met hun eigen cultuur en processen. De ambulancezorg, ziekenhuizen, huisartsenposten, GGD en de geestelijke gezondheidszorg zijn totaal verschillende werelden die bij een gezondheidscrisis veel met elkaar te maken hebben. Bij rampen en incidenten is dat niet anders.
Als Operationeel Leider heb je natuurlijk wel een veel breder netwerk om te regisseren, omdat je dan ook de partners van de brandweer, politie en gemeente aan tafel hebt zitten. Een soms ingewikkeld proces als belangen moeten worden afgewogen. Dat is een spel dat we samen onder tijdsdruk moeten spelen. De focus ligt daarbij niet op kleuren of kolommen en individuele belangen van de betrokken partijen, maar op het gemeenschappelijke doel: een effectieve bestrijding van de calamiteit, met oog voor bestuurlijke dilemma’s en langetermijneffecten.”

